Voor de toehoorders is het fijn als u zich in de begrafenis toespraak tot hen richt en niet de hele tijd rechtstreeks tot de overledene. Wanneer u zich de hele tijd rechtstreeks tot de overledene richt kunt u per ongeluk een beeld creëren alsof u een exclusieve band heeft met de overledene. Daarnaast kan het voor de andere aanwezigen zo overkomen alsof u vergeet dat u niet de enige bent die afscheid neemt van de overledene. Uiteraard kunt u de overledene persoonlijk aanspreken. Het einde van uw speech is daarvoor vaak een mooie gelegenheid.

Spreek de aanwezigen direct toe. Er zijn ook sprekers die het publiek niet benoemt en alleen tot de overledene spreekt, alsof de aanwezigen er niet zijn. Dat kan heel ongemakkelijk zijn, zowel voor de spreker als voor het publiek.

Maak er bij voorkeur een echt persoonlijk verhaal van. Maak gebruik van uw eigen ervaringen en gevoelens. Gebruik bij voorkeur geen standaard teksten die kant-en-klaar zijn over te nemen van internet of uit boeken.

Bij het schrijven zijn er nog een aantal tips waar u rekening mee kunt houden. Het gaat bijvoorbeeld om de keuze van de vorm, maar ook om een aantal dingen die u wel of juist beter niet kunt doen.

Schrijf in uw eigen taal. Voorkom dat u woorden opschrijft die u normaal gesproken niet gebruikt. Soms hebben we de neiging om ‘belangrijke’ woorden te gebruiken maar dat maakt de speech er meestal niet beter op. Gebruik je eigen woorden alsof je een verhaal naar vrienden aan het vertellen bent; eigenlijk is dat immers ook zo…

Bepaal een thema, een soort van rode draad die in het verhaal een aantal keren terug komt. Dit kan een karaktertrek zijn van de overledene. Liefst natuurlijk een positieve karaktertrek zoals iemand die veel lacht, geduldig is, altijd in gesprek komt met anderen enz. Minder positieve aspecten mogen zeker benoemd worden maar niet als rode draad.